Blaastraining

Bedplassen
De zindelijkheid van een kind ontwikkelt zich vanaf het tweede levensjaar. Het kind wordt zich bewust van de aandrang om te plassen. Het leert de bekkenbodemspieren te beheersen, hetgeen noodzakelijk is om de plas op te houden.
Toch zijn er veel kinderen van vijf jaar en ouder die nog in bed plassen. Dat gebeurt niet met opzet. Deze kinderen moeten nog leren de plas ook 's nachts op te houden.
Deze brief beschrijft een van de methoden die daarbij kunnen helpen.
Blaastraining
De blaastraining wordt geadviseerd bij kinderen die overdag vaak plassen (meer dan acht keer). Door te leren de plas overdag langer op te houden, kan het kind ook 's nachts gemakkelijker droog blijven. Deze methode vraagt wel wat tijd van u als ouder.
De blaastraining gaat als volgt:
•Overdag laat u uw kind in korte tijd twee flinke bekers leegdrinken.
•Bij aandrang gaat uw kind op het toilet zitten en probeert het plassen uit te stellen, bijvoorbeeld door rustig tot tien te tellen.
•Noteer de tijd tussen het drinken en het plassen.
•De volgende dag moet uw kind proberen het plassen iets langer uit te stellen.
•Als uw kind een paar dagen achter elkaar oefent, leert het de plas langer op te houden.

Een andere versie van deze methode gaat als volgt:
•Laat uw kind in een maatfles plassen.
•Noteer de hoeveelheid die het kind heeft geplast.
•De volgende dag moet uw kind proberen een iets grotere hoeveelheid te plassen. Dat kan als uw kind het plassen uitstelt.
•Als dit lukt, krijgt uw kind een punt.
•Als uw kind tien punten heeft, krijgt het een vooraf afgesproken beloning.
•Als uw kind een paar dagen achter elkaar oefent, leert het kind de plas langer op te houden.

Als eenmaal voor deze aanpak is gekozen, dan is het van belang dat u deze methode tenminste één maand volhoudt.

(Bron: kiesbeter.nl)
                                               

Blaasretentietraining

Blaastraining is bedoeld voor kinderen vanaf zeven jaar die niet goed voelen wanneer ze aandrang hebben of die overdag heel vaak (acht keer of vaker) moeten plassen. Een blaastraining kan bestaan uit:
-              oefeningen om minder frequent naar de wc te gaan;
-              oefeningen in “ophouden” als er aandrang is;
-              sluitspieroefeningen.
Van belang is dat kinderen niet geleerd wordt om tijdens het plassen te gaan knijpen, want daarmee wordt de natuurlijke blaasledigingsreflex verstoord en kan er urine in de blaas achterblijven, waardoor andere blaasproblemen kunnen ontstaan.
Belangrijk is dat kinderen met een blaastraining leren dat ze zelf baas kunnen zijn over hun eigen blaas. Het succespercentage is 50. Over terugval is weinig bekend.
*             Luiergebruik:
-              Het moment van zindelijk worden is niet afhankelijk van het gebruik van katoenen of     papieren luiers.

-              Het kind bij voorkeur met luier laten slapen

-              Zo nodig kan geadviseerd worden trainingsbroekjes te dragen.