Voorbeelden

Bedplassen
De oorzaak van bedplassen kunnen legio zijn. Er zijn min of meer 2 soorten bedplassen: enurensis (zonder zindelijk te zijn geweest in bed blijven plassen) en secundaire enurensis (in bed plassen nadat er wel zindelijkheid is geweest).
De oorzaak van secundaire enurensis zou te maken kunnen hebben met spanningen bijvoorbeeld er komt een broertje of zusje bij, scheiding van de ouders, problemen op school etc. Soms is er sprake van een lichamelijk oorzaak zoals een infectie, spina bifida of onbehandelde diabetes, waarbij dan vaak de onlesbare dorst wordt gezien.
In de meeste gevallen echter is er geen aantoonbaar lichamelijk probleem. Vooral wat oudere kinderen en volwassenen kunnen erg onzeker worden en zullen zich geremd voelen om dingen te ondernemen die anders wel zouden worden gedaan zoals o.a.uit logeren gaan. Het schaamtegevoel zal op gaan spelen.
Enurensis komt iets vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
Behalve de wel bekende methoden zoals het laten rinkelen van plaswekkers en het veelvuldig wekken kan geprobeerd worden met klassieke homeopathie het e.a. te bereiken.
De klassiek homeopaat zal proberen achter de oorzaak van het bedplassen te komen en op zoek gaan naar een middel op grond van totaliteit.
Onderstaande casus is daar een voorbeeld van.

Casus 1
Een jongetje van 11 jaar plast elke nacht in zijn bed. Zijn ouders hebben van alles al geprobeerd. Lichamelijk onderzoek leverde niets op. Als zijn ouders hem ‘s nachts wakker willen maken is dat bijna onmogelijk. Hij slaapt zeer diep. Het is een zeer obstinate jongen, altijd al geweest volgens de ouders. Hij is zeer driftig. Als hij zijn zin niet krijgt kan hij krijsen, slaan en stampvoeten. Het is alsof hij explodeert en alle controle over zichzelf verliest. Alles moet hard en snel. Muziek dendert uit de boxen en zelfs dan is hij nog makkelijk te verstaan als hij iets vertelt. ‘S ochtends moet hij het eerste uur met rust gelaten worden anders is het huis te klein. Soms heeft hij ineens hoge koorts en als peuter heeft hij éénmaal een koortsstuip gehad.
Hij houdt van zoet en zuur.
Op grond van deze en nog wat andere gegevens schrijft de homeopate een middel voor in een M potentie. Zijn gedrag wordt de eerste paar dagen nog heftiger, daarna wordt hij gezeglijker. Hij is veel beter voor rede vatbaar en is niet meer buiten zinnen van woede als iets niet gaat zoals hij dat wil. De onzindelijkheid blijft, doch er wordt besloten af te wachten. Na 3 maanden is zijn gedrag met 80% verbetert, maar nog immer plast hij in bed.
Zijn schoolresultaten verbeteren aanmerkelijk. Besloten wordt af te wachten. 5 maanden na het middel plast hij minder vaak in zijn bed en 6 maanden na het middel is hij droog. Vanaf dat hij het middel heeft ingenomen deden zich geen koortsaanvallen meer voor.
Behandelduur: 6 maanden
Aantal middelen: 1
Aantal consulten: 4
Dat het ook moeilijker kan zijn een passend middel te vinden blijkt uit de navolgende casus.
 

Casus 2
Een jongen van ruim 13 jaar plast nog immer in zijn bed. Soms is hij een paar dagen droog, dan weer dagen achter elkaar niet. Op school zijn er geen problemen, thuis wil hij graag alle aandacht. Het is een jongen met een zachte/lieve uitstraling. Nogal kouwelijk. Hij houdt echter niet van de zon. Als de homeopate hem zo observeert wekt dat bij haar het gevoel dat ze hem zou willen troosten. Hij is vaak moe en wordt ‘s ochtends niet uitgerust wakker.
Hij heeft 2x een blaasontsteking gehad. 1x als kleuter en 1x kort voor het bezoek aan de homeopate. Niet alleen tijdens de blaasontstekingen maar ook zonder blaasontstekingen moet hij erg veel plassen. Hij drinkt echter niet veel. Hij heeft een hekel aan vet en gebruikt zelden boter. Op grond van deze gegevens en nog een aantal anderen krijgt hij een middel. Er gebeurt niets. Het middel wordt herhaald in een andere potentie en wederom gebeurt er niets.
Dan vertellen zijn ouders dat hij erg ambitieus is. Op school is hij nogal teruggetrokken maar thuis is hij heel goed in staat om de leiding te nemen. Hij is nogal opschepperig volgens de ouders. Er is een sterkere voorkeur voor zoet ontstaan.
Er wordt ‘s nachts meer geplast dan overdag Er wordt naar een ander middel gezocht. Na het andere middel verandert er niets. Behalve dat hij wat geïrriteerder is geworden. Besloten wordt nog even af te wachten. Na enkele weken is er echter niets veranderd. De toegenomen geïrriteerdheid is verdwenen. De puzzel wordt opnieuw gelegd en er wordt wederom een ander middel voorgeschreven. Na 2 maanden geen enkel resultaat.
Na toestemming van de ouders en de jongen bespreekt de homeopate de casus(anoniem) met twee van haar collega's. Hier rolt wederom een ander middel uit. Weer geen enkel resultaat. Besloten wordt 3 maanden te stoppen met behandeling en te wachten of er andere symptomen ontstaan.
Na 6 maanden nemen de ouders contact op. Het gaat niet lekker met de jongen. Hij gaat van het ene extreme in het andere. Eerst dachten zijn dat dat kwam tgv de puberteit. Hij heeft een grote mond maar als puntje bij paaltje komt haakt hij af. Hij heeft wederom een blaasontsteking ontwikkeld. Hij heeft pijn na het plassen en er lijkt ook wat bloed mee te komen. Tijdens het daarop volgende consult maakt de jongen een zeer gespannen en nerveuze indruk.
Na 3 dagen van zoeken naar een middel, kwam de ingeving. Ineens werd het puzzeltje duidelijk. Het middel wordt gegeven en binnen 2 dagen zijn de blaasproblemen over. Na 7 weken zit hij lekkerder in zijn vel en is hij energieker. Na 4 maanden zijn alle problemen over, zowel die reeds in het verleden bestonden als ook die hij later ontwikkelde. Hij heeft meer zelfvertrouwen, is volgens de ouders niet meer zo arrogant, hij plast niet meer in bed en ook zijn enorme hoogtevrees (waarvan de homeopate niets wist) is met 75% verbetert.
Aantal consulten: 7
Aantal middelen: 6 waarvan 1 in twee verschillende potenties

Behandelduur: met tussenpozen bijna 21 maanden