Nuresis Nocturna

De medische term voor bedplassen is enuresis nocturna (enuresis betekent onwillekeurige urinelozing en nocturna betekent 's nachts). Bedplassen komt veel voor bij jonge kinderen, en is niet direct iets waar je jezelf zorgen over moet maken. Het wordt pas als een probleem gezien als de kinderen ouder zijn dan vijf of zes jaar. In Nederland hebben ongeveer 100.000 kinderen tussen de zes en twaalf jaar last van bedplassen. Het komt voornamelijk voor bij jongens; twee keer zo veel jongens als meisjes plassen in bed. Behalve kinderen kunnen ook volwassenen last hebben van bedplassen. In Nederland komt bedplassen voor bij ongeveer 170.000 volwassenen. Bedplassen door volwassenen dient niet te worden verward met incontinentie. Bij incontinentie vindt het ongewilde urineverlies namelijk ook overdag plaats. Bedplassen bij kinderen heeft vaak te maken met de opvoeding (zindelijkheidstraining) of psychische omstandigheden. In uitzonderlijke gevallen zijn er lichamelijke oorzaken. Bij kinderen gaat bedplassen veelal 'vanzelf' - vaak wel met enige vorm van hulp en aandacht - weer over.

                                                              
Bedplassen bij kinderen
Bij een gering aantal kinderen is bedplassen het gevolg van een lichamelijke aandoening. Het gaat dan om aandoeningen als nierziekten, suikerziekte, een kleine blaas of een slechte samenwerking tussen de zenuwen van de blaas, de sluitspier en het bekken. Sommige bedplassers hebben een te lage productie van het zogenaamde antidiuretisch hormoon. Toediening van dit hormoon voor het slapen gaan kan bedplassen voorkomen. Soms kan een behandeling met medicijnen een gunstige uitwerking hebben. Over het algemeen wordt bedplassen echter nooit direct met medicijnen behandeld. Er zijn namelijk tal van niet-medicinale behandelingsmethoden. Voorbeelden van niet-lichamelijke oorzaken zijn ingrijpende gebeurtenissen zoals een scheiding, een verhuizing, of een ziekenhuisopname. Het kan ook zijn het kind op de verkeerde manier of op het verkeerde moment 'zindelijkheidstraining' heeft gekregen.

                                    
Behandeling van bedplassen
Er zijn verschillende methoden die het kind kunnen helpen te stoppen met bedplassen, zoals extra aandacht voor de zindelijkheidstraining. Ook is er de kalendermethode, dit houdt in dat het kind actief wordt betrokken bij de training door bij te houden hoeveel natte en droge nachten er zijn. Een andere mogelijkheid is het kind te leren om overdag langer de plas in te houden (blaastraining), waardoor de capaciteit van de blaas wordt vergroot. Dan bestaat er ook nog de zogeheten Klinische Droge Bed Training. Kinderen worden gedurende maximaal twee weken opgenomen in het ziekenhuis. Tijdens deze training leert het kind lichter te slapen, zodat signalen van de blaas (aandrang tot plassen) tijdig worden herkend. Een eenvoudige en doeltreffende methode is de plaswekker. Het kind draagt een speciale broek met een urinedetector; zodra er een druppel urine in de broek komt gaat er een bel af. Als het kind wakker schrikt stopt het plassen meestal, en kan het kind naar de wc gaan. Er zijn ook speciale matjes die in bed kunnen worden gelegd, die volgens hetzelfde mechanisme werken. Plaswekkers kunnen het beste worden gebruikt bij kinderen rond de acht jaar. De methode heeft bij ongeveer 80% van de kinderen een positief resultaat.